Auteursrechten
6 januari 2020

Auteursrechten fiscaal: risico’s en beperkingen

Auteursrechten fiscaal: risico’s en beperkingen

Zoals gesteld in onze blogpost over de opportuniteiten van auteursrechten, geldt inzake auteursrechten een fiscaal gunstregime. Maar dat is niet zonder beperkingen.

Bovengrens

Zo heeft de wetgever een bovengrens voorzien, die – ongeïndexeerd – 37.500 EUR bedraagt. Zodra men deze grens overschrijdt, kan op het hogere gedeelte opnieuw toepassing worden gemaakt van het artikel 37 WIB92 en is het mogelijk dat dit hogere gedeelte alsnog belast wordt als een beroepsinkomen. 

Desondanks worden alle inkomsten bedoeld in artikel 17, §1, 5° WIB 92 onderworpen aan een roerende voorheffing van 15%, na aftrek van de bijzondere degressieve forfaitaire aftrek. Die bedraagt 50 % op de eerste schijf van 16.560,00 EUR en bedraagt 25% op de tweede schijf tussen 16.560,01 en 33100,00 EUR Op de derde en laatste schijf tussen 32.640 EUR en 62.090,00 EUR is er geen kostenaftrek voorzien. De roerende voorheffing is niet langer bevrijdend en moet men opnemen in de aangifte (art. 313, 4° WIB 92). Hierop zijn eveneens gemeentelijke opcentiemen verschuldigd.

Auteursrechten fiscaal: formaliteiten

Roerende voorheffing is een bronheffingDat wil zeggen dat de schuldenaar van de vergoeding die moet inhouden, aangegeven en doorstorten – dit geeft veel administratie in hoofde van de schuldenaar (in casu de opdrachtgever of exploitant van het werk).

Auteursrechten fiscaal: welke inkomsten?

Na verschillende (negatieve en positieve) rulings, bracht een Circulaire (Circulaire AAFisc Nr. 36/2014 (nr. Ci.RH.231/631.675) dd. 04.09.2014) meer duidelijkheid over welke inkomsten nu precies in aanmerking komen voor het fiscaal gunstregime. 

In de circulaire maakt men gewag van een driestaps-redenering:

  • Is er sprake van een beschermd werk in de zin van de auteurswet?
  • Gaf de auteur vermogensrechten op het werk in concessie of droeg hij ze over?
  • Specificeert de overeenkomst een duidelijke vergoeding voor de cessie of de concessie van de auteursrechten?

Alleen als elk van deze drie vragen een positief antwoord krijgen, vallen de inkomsten onder toepassing van art. 17, §1, 5° WIB 92.

Auteursrechten fiscaal: verdeelsleutel

Nagaan of bepaalde inkomsten voortvloeien uit de cessie of concessie van auteursrechten? Daarbij moet men volgens de fiscus rekening houden met de juridische en feitelijke gegevens eigen aan elk geval. Nattevingerwerk is met andere woorden uit den boze. 


Concreet maken we een onderscheid tussen:

  • de vergoeding voor de prestatie van de auteur, i.e. een vergoeding voor het creëren zelf van het werk, enerzijds 
  • anderzijds de vergoeding voor het afstaan van de auteursrechten zodat men het werk kan verspreiden onder het publiek, anderzijds.

In dit opzicht vereist de fiscus dat een opdeling wordt gemaakt tussen de twee soorten vergoedingen. Daarvoor moet er een concrete verdeelsleutel aangegeven worden. Die verdeelsleutel moeten partijen bepalen in hun contract. 

Naar ons oordeelzou de verdeelsleutel (deels) moeten afhangen van (i) de omvang van de cessie en de concessie en (ii) de mate van creatieve vrijheid die de auteur had. Maar dat heeft de fiscus niet voorzien in haar circulaire.

Toepassing verdeelsleutel in de praktijk

Om het gedeelte van de inkomsten te bepalen dat specifiek betrekking heeft op de cessie of de concessie moet men het volgende doen: 

  • voorziet de overeenkomst in een verdeelsleutel of in een afzonderlijke vergoeding in functie van het bezoldigde deel (de uitoefening van het beroep zelf of de cessie/concessie van auteursrechten of naburige rechten), dan verwijst men naar de verdeelsleutel zoals voorzien in het contract

  • gesteld dat het contract in het bijzonder in een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten voorziet, met vermelding van een globale vergoeding (dus zonder in het gedeelte van de vergoeding te voorzien die de cessie of concessie vergoeden), dan gaat men ervan uit dat de rechten gratis zijn overgedragen of verleend; 

  • als het contract enkel in een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten voorziet en niet in de prestatie van de kunstenaar, dan gaat men ervan uit dat de volledige vergoeding betrekking heeft op de cessie of de concessie van auteursrechten; 

  • als het contract niet voorziet in een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten, niettegenstaande het feit dat de bedoelde prestatie als zodanig noodzakelijkerwijs een dergelijke cessie of concessie omvat, dan is er a priori geen toepassing van de bepalingen van art. 17, § 1, 5°, WIB 92

Deel dit artikel